een avondrondje tussen stille weilanden wolken aan de ene kant, de andere helder blauw de zon die vol overgave langzaam einder kiest af en toe wind over de vlakte brengt wat kou sloten vol kroos, ik luister naar ruisend riet... naar site...
Een nieuw vegetarisch recept, omdat de vleesproductie een van de grootste bronnen van CO2-uitstoot is. Als iedereen in Nederland besluit één dag in de week geen vlees te eten, levert dat in één klap de besparingsdoelstelling op van het Nederlandse kabinet voor alle huishoudens of besparen we net zoveel broeikasgassen als wanneer we het hele huis voorzien van dubbel glas én alle gloeilampen vervangen door spaarlampen. [maar ook vanwege de verwerpelijkheid van de bio-industrie]
en ook omdat vlees eten de oorzaak is van honger in de 3e wereld:
Ongeveer 800 miljoen mensen – zowat een zesde van de bevolking uit de derde wereld – zijn ondervoed, waaronder 200 miljoen kinderen. Elk jaar sterven meer dan 6 miljoen kinderen aan de gevolgen van ondervoeding. De hongerdood slaat elke 3,6 seconden toe. Dit stemt overeen met een vijftigtal jumbojet vliegrampen per dag zonder overlevenden.
Ondertussen leven 1,3 miljard runderen, 0,9 miljard varkens, 1,8 miljard schapen en geiten, en 14,1 miljard kippen van ongeveer 76% van alle landbouwgrond op onze planeet. Bovendien wordt gemiddeld 44% van alle graangewassen in de wereld gebruikt als veevoeder. Globaal gezien neemt de teelt van veevoedergewassen (andere dan grassen) ongeveer een kwart van alle beschikbare akkerland in. Op deze gronden kan in vele gevallen plantaardig voedsel voor menselijke consumptie verbouwd worden.
De courgette in de lengte doorsnijden en uithollen. De vulling kun je eventueel gebruiken. Alle groenten klein snijden en kort roerbakken met het quorn gehakt. De courgette vullen met het groentemengsel, geraspe kaas er overheen strooien en nog 20 minuten verwarmen in de oven.
Serveertips
Lekker met (zilvervlies) rijst
De Groente- en Fruitkalender
Milieu Centraal geeft met de groente- en fruitkalender een praktisch hulpmiddel bij het kiezen van groente en fruit met een lage klimaatbelasting. Deze kalender geeft een schatting van de uitstoot van broeikasgassen, omgerekend naar CO2-equivalent, per kilogram product.
In de totale milieubelasting van groente en fruit spelen naast de uitstoot van broeikasgassen ook zaken als watergebruik en het gebruik van bestrijdingsmiddelen een rol. Vooral wanneer de teelt plaats vindt in landen waar water schaars is of er bij de teelt veel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zijn kan de werkelijke milieudruk van verse groente en fruit hoger liggen.
Klimaatklassen groente- en fruitkalender
De groente- en fruitkalender is ingedeeld in vijf klassen. Hoe hoger de uitstoot van broeikasgassen bij teelt en transport, des te hoger de klasse. De klassenindeling kan helpen bij het maken van een keuze voor producten met een lage uitstoot. Zowel klasse A als klasse B zijn een klimaatvriendelijke keuze.
Klasse A: minder dan 0,5 kg CO2-eq per kg product
Klasse B: 0,5 tot 1 kg CO2-eq per kg product
Klasse C: 1 tot 5 kg CO2-eq per kg product
Klasse D: 5 tot 10 kg CO2-eq per kg product
Klasse E: meer dan 10 kg CO2-eq per kg product
Klasse A betreft merendeels vollegrondsproducten uit Nederland. Soms zijn het bewaarproducten die in grote koelhuizen zijn bewaard. Ook een aantal importproducten valt nog in deze klasse.
Klasse B betreft merendeels vollegrondsproducten die per zeeschip zijn ingevoerd, of per vrachtwagen uit Zuid-Europa komen. Een aantal Nederlandse vollegrondsproducten dat bij de teelt minder goed scoort vallen ook in deze klasse.
Klasse C betreft veel producten uit de Nederlandse verwarmde kas. In deze klasse vallen ook importproducten waarvan de teelt of het transport vrij veel energie vraagt.
Klasse D betreft producten die een lange vliegreis achter de rug hebben. Ook intensieve Nederlandse kasteelten als aardbeien vallen in deze klasse.
Klasse E betreft een aantal producten waarvan zowel teelt als vervoer per kilogram veel energie kost. Bijvoorbeeld ingevlogen asperges en zachtfruit. Zachtfruit uit de Nederlandse verwarmde kas kan ook in deze klasse vallen.
Tips voor een duurzaam leven:
koop groente en fruit van het seizoen uit de klasse A [ dus geen kasgroenten en geen groente en fruit die uit verre landen zijn ingevlogen]
Er zijn boerenmarkten in Den Bosch, iedere vrijdag tot 13.00 uur.
in Breda Dinsdag van 9.00-13.00 uur , in Tilburg zaterdag van 9.00- 16.30 uur
in Arnhem : zaterdag 8.00-17.00 uur
in Groningen: Vismarkt vr 09:00 –17:00 uur za 08:00 – 17:00 uur verder nog in
De veehouderij is één van de grootste veroorzakers van broeikasgassen. Alle wetenschappelijke rapporten wijzen erop dat de veehouderij een zeer groot aandeel heeft in de uitstoot van broeikasgassen, met schattingen uiteenlopend van 18% tot wel zelfs 52%. Maatregelen zoals duurzame auto’s en spaarlampen zijn een stap in de richting naar een duurzame wereld, maar bereiken bij lange na niet het effect dat bereikt zou kunnen worden bij de overstap naar een meer plantaardig dieet.
Een voorbeeld, om één kilo vlees te kunnen produceren is 20.000 liter water nodig. Daarnaast eet een dier in de bio-industrie (het grootste deel van de veehouderij) voedsel dat onder andere bestaat uit sojabonen. Om deze sojabonen te kunnen telen worden grote stukken van het regenwoud gekapt waardoor een van ’s werelds grootste ecosystemen verwoest wordt. Daarnaast wordt er jaarlijks 50% van de wereldgraanoogst gebruikt als veevoer. Het eten van één kilo vlees brengt dus een enorm watergebruik, de verwoesting van de regenwouden, een onevenwichtige verdeling van de wereldgraanoogst én een enorme uitstoot van broeikasgassen met zich mee.
De bio-industrie is dan ook een enorme vervuiler en zal, met de bevolkingsgroei in het kielzog, aangepakt moeten worden. De overstap op een meer plantaardig dieet betekent minder vervuiling. Lees, minder vervuiling. Een veel gehoord argument is namelijk dat er alsnog sojabonen geteeld moeten worden bij een (meer) plantaardig dieet. Dat is waar, maar deze teelt zal veel kleiner zijn dan de huidige teelt die nodig is voor het voeden van de dieren in de bio-industrie. Bovendien is er voor één kilo plantaardig voedsel veel minder water nodig dan bij de productie van één kilo vlees en hoeft er niet 50% van de wereldgraanoogst naar de bio-industrie te gaan waardoor mensen in ontwikkelingslanden gevoed kunnen worden. Ook neemt bij een plantaardig dieet de uitstoot van broeikasgassen af, mits er overgeschakeld wordt naar een meer lokale en regionale voedselvoorziening. De veehouderij is één van de grootste veroorzakers van broeikasgassen. Alle wetenschappelijke rapporten wijzen erop dat de veehouderij een zeer groot aandeel heeft in de uitstoot van broeikasgassen, met schattingen uiteenlopend van 18% tot wel zelfs 52%. Maatregelen zoals duurzame auto’s en spaarlampen zijn een stap in de richting naar een duurzame wereld, maar bereiken bij lange na niet het effect dat bereikt zou kunnen worden bij de overstap naar een meer plantaardig dieet.
Een voorbeeld, om één kilo vlees te kunnen produceren is 20.000 liter water nodig. Daarnaast eet een dier in de bio-industrie (het grootste deel van de veehouderij) voedsel dat onder andere bestaat uit sojabonen. Om deze sojabonen te kunnen telen worden grote stukken van het regenwoud gekapt waardoor een van ’s werelds grootste ecosystemen verwoest wordt. Daarnaast wordt er jaarlijks 50% van de wereldgraanoogst gebruikt als veevoer. Het eten van één kilo vlees brengt dus een enorm watergebruik, de verwoesting van de regenwouden, een onevenwichtige verdeling van de wereldgraanoogst én een enorme uitstoot van broeikasgassen met zich mee.
De bio-industrie is dan ook een enorme vervuiler en zal, met de bevolkingsgroei in het kielzog, aangepakt moeten worden. De overstap op een meer plantaardig dieet betekent minder vervuiling. Lees, minder vervuiling. Een veel gehoord argument is namelijk dat er alsnog sojabonen geteeld moeten worden bij een (meer) plantaardig dieet. Dat is waar, maar deze teelt zal veel kleiner zijn dan de huidige teelt die nodig is voor het voeden van de dieren in de bio-industrie. Bovendien is er voor één kilo plantaardig voedsel veel minder water nodig dan bij de productie van één kilo vlees en hoeft er niet 50% van de wereldgraanoogst naar de bio-industrie te gaan waardoor mensen in ontwikkelingslanden gevoed kunnen worden. Ook neemt bij een plantaardig dieet de uitstoot van broeikasgassen af, mits er overgeschakeld wordt naar een meer lokale en regionale voedselvoorziening.
De veehouderij is één van de grootste veroorzakers van broeikasgassen. Alle wetenschappelijke rapporten wijzen erop dat de veehouderij een zeer groot aandeel heeft in de uitstoot van broeikasgassen, met schattingen uiteenlopend van 18% tot wel zelfs 52%. Maatregelen zoals duurzame auto’s en spaarlampen zijn een stap in de richting naar een duurzame wereld, maar bereiken bij lange na niet het effect dat bereikt zou kunnen worden bij de overstap naar een meer plantaardig dieet.
Een voorbeeld, om één kilo vlees te kunnen produceren is 20.000 liter water nodig. Daarnaast eet een dier in de bio-industrie (het grootste deel van de veehouderij) voedsel dat onder andere bestaat uit sojabonen. Om deze sojabonen te kunnen telen worden grote stukken van het regenwoud gekapt waardoor een van ’s werelds grootste ecosystemen verwoest wordt. Daarnaast wordt er jaarlijks 50% van de wereldgraanoogst gebruikt als veevoer. Het eten van één kilo vlees brengt dus een enorm watergebruik, de verwoesting van de regenwouden, een onevenwichtige verdeling van de wereldgraanoogst én een enorme uitstoot van broeikasgassen met zich mee.
De bio-industrie is dan ook een enorme vervuiler en zal, met de bevolkingsgroei in het kielzog, aangepakt moeten worden. De overstap op een meer plantaardig dieet betekent minder vervuiling. Lees, minder vervuiling. Een veel gehoord argument is namelijk dat er alsnog sojabonen geteeld moeten worden bij een (meer) plantaardig dieet. Dat is waar, maar deze teelt zal veel kleiner zijn dan de huidige teelt die nodig is voor het voeden van de dieren in de bio-industrie. Bovendien is er voor één kilo plantaardig voedsel veel minder water nodig dan bij de productie van één kilo vlees en hoeft er niet 50% van de wereldgraanoogst naar de bio-industrie te gaan waardoor mensen in ontwikkelingslanden gevoed kunnen worden. Ook neemt bij een plantaardig dieet de uitstoot van broeikasgassen af, mits er overgeschakeld wordt naar een meer lokale en regionale voedselvoorziening.
Elke week een tas met verse biologische groenten en fruit van het seizoen?
Wilt u zelf lekker koken met verse groenten en fruit van gezonde, levende bodem? Odin vult wekelijks duizenden tassen met smaakvolle biologische en biologisch-dynamische groenten en fruit van het seizoen. Naast de groenten en fruit vindt u in de tas iedere week interessante informatie over de telers, groenten en fruit en actualiteiten en passende en verrassende recepten. Met het Odin-abonnement hebben telers meer zekerheid over hun afzet. Zo maken 50 Odin-abonnees het al mogelijk om een stuk landbouwgrond van 1 hectare (10.000m2) biologisch of biologisch-dynamisch te bewerken. Er zijn 5 soorten abonnementen van € 7,95 tot € 14,95 per tas: met alleen groente, alleen fruit of gecombineerd, voor kleine en voor grotere huishoudens. U kunt de tas op een vaste dag ophalen bij een afhaalpunt bij u in de buurt.
Gezond eten is niet alleen goed voor u, het kan ook beter uitpakken voor het milieu. Een derde van de milieubelasting van een gemiddeld huishouden, komt namelijk voort uit voeding. Milieubewuster eten betekent vooral: bewust kiezen. De belangrijkste tips staan hier op een rij.
1. Kies vlees(vervangers) bewust
Onze voeding bevat diverse bouwstoffen, waaronder eiwitten. Dierlijke producten zoals vlees, vis en zuivel bevatten veel eiwitten, maar ze zitten ook in plantaardige producten zoals granen, noten, peulvruchten en soja.
Voor onze gezondheid maakt het niet uit of we eiwitten eten van plantaardige of dierlijke bron. Maar voor het milieu scheelt het wel: rundvlees, kaas en lamsvlees zorgen voor de grootste milieubelasting, aangezien de productie veel energie kost en veel broeikasgassen oplevert. Peulvruchten, eieren, kant-en-klare vleesvervangers, kippenvlees, Quorn en tofu leveren de minste milieu belasting op. Kalfsvlees, Valess en varkensvlees zitten er tussen in.
De meeste milieuwinst behaalt u als u af en toe vlees laat staan; voor uw gezondheid maakt het niet uit - gemiddeld krijgen we meer eiwitten binnen dan we nodig hebben.
Het vervoer van bederfelijke producten zoals asperges, peultjes, verse kruiden en zacht fruit uit een ander continent gebeurt vaak per vliegtuig. Dit transport heeft veel CO2-uitstoot tot gevolg.
Het transport van bewaargroenten en bewaarfruit zoals aardappels, appels, bananen en kiwi’s vindt plaats per boot, dat geeft aanzienlijk minder uitstoot.
Groenten die in verwarmde kassen zijn geteeld, hebben een hoge CO2-uitstoot. U kunt ze daarom beter mijden. Het uitstoot van kasgroente kan oplopen tot meer dan tien kilogram CO2-equivalent per kilogram product. (Om beter te kunnen optellen en vergelijken, zijn alle betrokken broeikasgassen omgerekend naar equivalenten CO2). Groenten van het seizoen die afkomstig zijn van de Hollandse volle grond hebben minder dan 0,5 kg CO2-equivalent per kilogram product.